Nieuwe Verdienmodellen

Verdienen aan reductie van CO2


11 februari 2021, Milieufederatie Zuid Holland
Boeren in het veenweidengebied die bodemdaling en de daarmee gepaard gaande CO2-uitstoot van hun grond verminderen, gaan die vermeden uitstoot verkopen. Met het geld dat ze daarmee verdienen, financieren ze een deel van de benodigde investeringen. En bijvoorbeeld de verduurzaming van hun bedrijf. Dit wordt nu mogelijk door de uitbreiding van de methode Valuta voor Veen, die is goedgekeurd op 11 februari door de Stichting Nationale Koolstofmarkt. De eerste projecten starten binnenkort in Zuid-Holland.
Meer lezen

Uitbreiding Valuta voor Veen: winst voor boeren, natuur en klimaat?

CO2uitstoot reductie is belangrijk om de klimaatdoelen te halen.  Eén van de mogelijkheden (zie boven) is de reductie van veenoxidatie door vernatting. Elke polder heeft specifieke eigenschappen waardoor  je niet op voorhand kunt stellen welke methode er het meest geschikt is.En we kunnen er ook niet automatisch vanuit gaan, dat vernatting ook leidt tot hogere natuurwaarden. 
Belangrijk is om CO2 reductie niet los te zien van andere maatschappelijke vraagstukken, zoals voedselproductie en biodiversiteit. Aan de voorkant moeten we nadenken over CO2 reductie en de opgaven die we hebben in de regio: woningbouw, meer groen, klimaatadaptatie, energievraagstuk ed. Alles zou moeten meegewogen moeten worden. Vernattig van intensief bemeste percelen zorgen voor extra snelle groei van gras. Juist op momenten dat eeen meer open grasmat gewenst is voor de biodiversiteit. Hier botsen dus belangen.  En is de winst voor de boer een verlies voor de natuur.

Als overheden gaan bepalen hoe, dan bestaat het gevaar dat de landbouw, lees voedselproductie functie onvoldoende wordt meegewogen. Dit kan tot veel weerstand onder de boeren leiden.
Als je boeren laat beslissen verandert er weinig omdat deze uit zijn op behoud van hun huidige werkwijze. Eventueel met kleine aanpassingen.

De oplossing is dus om integraal, gezamenlijk op te trekken.

Matthias Verhoef uit Brandwijk, één van agrariërs in deze pilot doet mee samen met de milieufederatie om zicht te krijgen op die credits en hoe we deze op de juiste manier in de regio kunnen gebruiken.


Behoefte aan experimenteren:

Willen we op de middellange termijn succesvol zijn met landbouw in ons veenweidegebied dan is belangrijk, dat er snel meer geëxperimenteerd wordt met methoden die er voor zorgen dat veen verzadigd blijft met water. Op polder of perceel niveau met drainage ed. Maar op het niveau van de hele delta, dus rivierengebied en groene hart, moet ook de waterinfrastructuur veranderen en gericht zijn op watervasthouden en infiltratie in de bodem. Als we door klimaatverandering lange droge zomers krijgen is er heel veel water nodig om de verdamping te compenseren. Naast maatregelen buiten de polders moet er ook gedacht worden aan buffergebieden in de polders die zowel teveel als tekort aan water handelen. Natuur met vegetatie die hiervoor geschikt is, bijvoorbeeld grienden, zouden hiervoor kunnen worden aan gelegd. Moldrains met slootpeil op voldoende hoogte.

Welke experimenten zouden we kunnen doen om de CO2 te reduceren?

  • Maïs telen verbieden: om maïs te kunnen telen moet de grond gescheurd worden. Dit zorgt in het veen voor oxydatie en daarmee dus voor CO2 uitstoot ipv reductie. We zouden met elkaar kunnen kijken op welke gronden maís teelt wel mogelijk is? Of ook kunnen kijken of er een alternatief is voor het voeren van maïs? Deze experimenten zouden gefinancierd kunnen worden vanuit het klimaatakkoord.
  • Greppeldrainage
  • Moldrains

Opmerking: CO2 reductie kunnen we niet los zien van andere maatschappelijke ontwikkelingen.