Monitoren

Wat doet vernatting met de flora en fauna?
Wat doet vernatting met de waterkwaliteit?
Wat doet vernatting met de opbrengst van het gras?
Wat doet vernatting met de bodemdaling?
Wat doet vernatting met de waterhuishouding?
Wat doet vernatting met de draagkracht van de bodem?

 

 

 

Om te onderzoeken wat de effecten zijn van vernatting op de flora en fauna doen meerdere opnames. Bij de onderzoeken doen we opnames op drie zones: Gras, sloot en oever. Sommige onderzoeken doen we daarbij maandelijks, andere weer jaarlijks. Voor de flora zijn we gestart met een nulmeting.

Op deze pagina willen we verslag doen van de effecten van vernatting door middel van sub-irrigatie. We doen onderzoek door in het SI-Project door veld-en datamateriaal te verzamelen om verschillen/overeenkomsten/effecten te zien en te duiden.
Daarvoor hebben we drie percelen en sloten aangewezen. Tevens hebben we bij dezelfde eigenaar een referentie perceel en referentiesloten benoemd. De periode van monitoring strekt zich uit over de hele periode van het project. Dus drie jaar. Zie voor de beschrijving van de drie percelen de site van Blauwzaam : https://www.blauwzaam.nl/themas/blauwgroen/blauwgroen-fundament/drukdrainage/
Voor elk onderdeel van de monitoring bepalen of we kunnen volstaan met een nulmeting  aan het begin van het project, gevolgd door een eindmeting na het project. Of dat we de frequentie per jaar moeten afspreken. Op de drie percelen en in de omringende sloten zullen we de nulmeting proberen te doen voordat we SI gaan gebruiken.
Afhankelijk van de afspraken die hiervoor gelden moeten we kijken welke datareeksen, formulieren en methodieken we willen inzetten. Verderop zullen wij per onderdeel motiveren welke methodiek we hanteren.
Het onderwijs betrekken in de monitoring is een belangrijk onderdeel. Leerlingen/studenten uit MBO en HBO betrekken we bij de monitoring, zodat ook zij al in hun opleiding kennis maken met de methodieken. We zullen dus ook dat met hen moeten afstemmen om het geschikt te maken. De HBO en WO studenten betrekken we bij het raadplegen van bronnen en literatuurstudie.


Effecten Sub-irrigatie op de natuurwaarden

Effecten sub-irrigatie op natuurwaarden.
De boeren breken een lans voor een landbouwbeleid dat rekening houdt met de  biodiversiteit. Met deze pilot rekenen we ook op een verhoging van de biodiversiteit. Verdroging o.a. door het ontwateren van landbouwgronden is een grote bedreiging van de biodiversiteit. De toenemende hittegolven en de daarmee gepaard gaande extremere droogteperiodes versterken dit probleem voor de biodiversiteit. 
Stellingen:

  • Door het omhoog brengen van het slootwaterpeil ontstaan langs de sloten natuurvriendelijkere oevers. Doordat het grondwaterpeil niet langer zakt verwachten we ook toename van het bodemleven.
  • Meer water in de sloten zorgt ervoor, dat de waterkwaliteit verbetert.
  • Extensieve landbouw/veehouderij zorgt voor groeiende biodiversiteit; meer planten trekt insecten aan.
  • Weidevogels worden aangetrokken door het (licht) verhoogde waterpeil. 
  • Een juiste balans in de grondwaterstand verhoogt de biodiversiteit. 
  • Meer afwisseling in het gebied met bomen is goed voor biodiversiteit en voor gezondheid van de dieren.

Effecten Sub-irrigatie op de bodembeweging

Effecten Sub-irrigatie op de bodembeweging/bodemdaling
Metingen met betrekking tot de verticale beweging van de klei- op veenbodem worden gedaan door KnowH2O i.s.m. Moisture Matters, onder leiding van Gé van den Eertwegh. We plaatsten medio januari 2021 de twee Vertical Soil Movement sensoren op twee percelen van Kees Baan. Eén meetlocatie betreft een perceel met sub-irrigatie en aangepast slootpeil, de tweede locatie betreft een nabijgelegen referentieperceel onder huidige praktijksituaties. We volgen de verticale beweging van de klei-op-veenbodem elk kwartier. Onderzoeken elders in Nederland melden een seizoensgebonden dynamiek:een daling van het maaiveld in de relatief droge en warme zomerperiode en een stijging van het maaiveld in de relatief natte en koude winterperiode, waarbij een op- en neergaande beweging plaatsvindt in de orde van grootte van enkele centimeters. Op kortere tijdschaal (dagen, weken) is de bodembeweging sterk gerelateerd met de grondwaterstand. We zijn benieuwd of deze resultaten ook in onze pilot worden herkend.


Effecten vernatting op de grasopbrengst

Effecten vernatting op de grasopbrengst
Het grasland vormt voor de Nederlandse veehouder een zeer belangrijke rol, zo niet de belangrijkste, bron voor de ruwvoer voorziening op zijn bedrijf. Een goede kwaliteit van het ruwvoer is belangrijk voor een rendabele bedrijfsvoering. Een grasmat met een hoog percentage Engels raaigras levert een goede kwaliteit ruwvoer.  Botanische schattingen geven inzicht in belangrijke groeiomstandigheden als mineralenrijkdom en vochtvoorziening. Bovendien geven ze een beeld van de toestand over een langere periode. Voor de beoordeling van vegetaties is naast herkenning van de plantensoorten ook kennis nodig over de indicaties die de voorkomende plantensoorten geven ten aanzien van de groeiomstandigheden.
We meten op drie onderdelen: Grasopbrenst, Grashoogte en Botanische samenstelling van de proef- en referentiepercelen.
De nulmetingen voor de botanische samenstelling zijn gebeurd in het najaar van 2020 en in het voorjaar van 2021. Lees meer over hoe een dergelijke meting plaatsvindt. De uitkomsten van de metingen staan hiernaast.

De grasopbrengsten en grashoogten worden in 2021 gemeten en zullen ook op de website gepubliceerd worden.

 


Effecten Sub-irrigatie op de chemie en ecologie van kavelsloten
 

Effecten Sub-irrigatie op de chemie en ecologie van kavelsloten
Waterschap Rivierenland (WSRL; https://www.waterschaprivierenland.nl/) meet de komende jaren de waterkwaliteit van de sloten, zowel naast de proefpercelen als de referentiepercelen. Daarvoor starten zij in januari 2021 met een serie fysisch-chemische metingen. De metingen vinden maandelijks plaats. Daarnaast meten zij aan de toestand van de aquatische vegetatie in de sloten. Dat gebeurt eenmalig in elke zomerperiode, meestal in juni/juli.
Zodra de eerste meetresultaten binnen zijn worden die na een eerste beoordeling hier op de website gedeeld. Het meetnet staat onder leiding van Ronald Gylstra/WSRL en wordt mede uitgevoerd door Aquon (https://www.aquon.nl/).

Effecten Sub-irrigatie op de waterhuishouding van percelen en kavelsloten
Metingen met betrekking tot de waterhuishouding van percelen en kavelsloten worden gedaan door KnowH2O onder leiding van Gé van den Eertwegh. De meeste metingen worden gedaan met automatische apparatuur die elk uur gegevens meet. Metingen betreffen het vocht in de bodem, grondwaterstanden, hoeveelheden water die de drukdrainage in- en uitstroomt en de waterpeilen van de kavelsloten. Gegevens over het weer, zoals neerslag en verdamping, betrekken we van het KNMI.


Effecten Drukdrainage op de waterhuishouding

Om deze effecten inzichtelijk te maken meten we vooral aan de stand van het grondwater. Het ondiepe grondwater (freatisch grondwater) meten we en het dieper liggende grondwater. We kijken naar de stijghoogte daarvan. Om dit goed te kunnen doen zijn er peilbuizen geplaatst en meten we zowel digitaal als met de hand de standen.

Onze ambitie is om het grondwaterpeil zo hoog mogelijk te krijgen. De afspraak in de pilot is, de grondwaterstand te verhogen naar 20 cm onder het maaiveld. In de praktijk zal moeten blijken of dit haalbaar is. Ook het slootpeil houden we zo hoog mogelijk om infiltratie vanuit de sloot in het omliggende land zoveel mogelijk te stimuleren.


Wat doet Sub-irrigatie met de draagkracht van de bodem?

Het huidige zogeheten peilbesluit wordt mogelijk herzien. Over de jaren is het veen geoxideerd en de bodem gedaald. Hierdoor zijn de grondwaterstanden in het gebied relatief hoog. Voor naastgelegen Natura 2000 gebieden, zoals bij Matthias is dit gunstig. Voor de landbouw is het een vraag of bij een hogere grondwaterstand de draagkracht van de bodem in het geding komt? Is de aanleg van een waterinfiltratiesysteem een mogelijke oplossing?

Terug naar het hoofdmenu